|
DE BEVER IS TERUG!
7 Februari 2010
Tralalalala, wat een fijn nieuws: de bever is weer helemaal terug aan het komen. In de Gelderse poort leven er ongeveer 80, in de Flevopolders enige tientallen en langs de Maas in Limburg ook enige tientallen. Recent zijn er bevers uitgezet op de grens van Drenthe en Groningen en zwervende bevers worden van Rhoon tot het oosten van het rivierengebied gevonden.
In de Biesbosch, waar ze voor het eerst terug gebracht zijn, gaat het niet zo goed met de voortplanting. Er leven er ongeveer 70. Mogelijk komt dit door hun eenzijdige wilgendieet of door het hoge gehalte aan cadmium in diezelfde wilgen.
In een groot deel van Europa gaat het trouwens wel goed. In de meeste landen waar hij verdwenen was is hij weer terug, zelfs in België leven er wel 900! Op de kaart zijn de gebieden waar hij niet was uitgeroeid rood gekleurd. Jaja, zo slecht was de situatie. De Finnen hebben ooit een andere soort: de Canadese bever ingevoerd. Paars gekleurd is waar deze exoot floreert. Maar groen gekleurd is de huidige verspreiding en daar wordt ik erg vrolijk van! Niet alleen omdat we repareren wat we ooit kapot gemaakt hebben, maar ook omdat bevers met hun geknaag en dammenbouw fantastische puurnatuur-bouwers zijn! (zie hieronder bij 20 Januari)
|
KOUWE KIKKERS?
1 Februari 2010
We hebben een redelijke koude winter. De dieren buiten zullen het ook wel koud hebben, zou je denken. Maar is dat wel zo?
Wij mensen bekijken alles vanuit onze eigen menselijke beleving. Maar die is in velerlei opzichten anders dan bij de rest van het dierenrijk. Wij verwarmen onszelf van binnenuit en die warmte houden we voor een groot gedeelte vast met onze kleding. Dat betekent dat als je het koud hebt, je niet goed hebt geanticipeerd op het weer en je daardoor niet warm genoeg bent aangekleed. De sensatie van het koud hebben is eigenlijk een waarschuwing van ons lichaam dat onze energie zal opraken als we zo doorgaan. Verwarm jezelf is voor de mens best een belangrijke waarschuwing, want hij kan er uiteindelijk dood van gaan.
Vogels en zoogdieren verwarmen zichzelf ook van binnen uit. Zij houden hun warmte vast met een jas van veren of haar. Veren kan je rechtop zetten zodat ze veel beter isoleren. Een vacht wordt veel langer of dikker in het koude seizoen. Dus zolang je je kachel maar opstookt, doet de kou je niet veel. Die kachel hou je aan de praat door genoeg te eten. Voedsel is dus een veel groter probleem voor zoogdieren en vogels in de koudere streken dan kou.
Maar hoe goed je als warmbloedig beest ook geïsoleerd bent, er gaat toch altijd wat warmte verloren. Dat dieren bij elkaar kruipen of op andere manieren warmte opzoeken is gewoon energiebesparing. Hoe minder warmte ze verliezen, hoe minder ze hoeven te eten. Zolang hun maag dus maar gevuld is hebben ze het dus waarschijnlijk nooit koud. Tenminste, niet zoals wij dat ervaren. Dat kunnen wij ons als mensen amper voorstellen. Maar ga maar na: zoogdieren en vogels zie je pas bibberen van de kou als ze uitgehongerd zijn of wanneer hun vacht of verenpak beschadigd is.
Bij koudbloedige dieren als kikkers, slangen en vissen vind ik het nog moeilijker om me hun temperatuurbeleving voor te stellen. In principe krijgen zij meer energie bij hogere temperaturen. Elk van hen heeft een andere ideale temperatuur. Als het te koud wordt kunnen ze zich meestal niet meer bewegen totdat de temperatuur weer stijgt. Sommige overwinterende kikkersoorten zijn zelfs maandenlang voor een groot deel inwendig bevroren, maar hoppen in de lente weer vrolijk rond. Talloos zijn de verhalen van totaal in het ijs vastgevroren vissen die na ontdooing weer gezond verder zwommen.
Heel soms zie je wel eens een kikker in de sneeuw. Heeft die het nou koud? Of heeft die alleen maar geen energie? Zijn lichaam zal hem toch ook waarschuwen voor de slechte situatie, zou je denken. Maar die vrieskikker is tijdens een normale winterslaap ook bevroren. Als je het dan de hele winter koud hebt heeft dat weinig nut, lijkt me, want je kan je situatie dan toch niet veranderen.
Ik ben er nog niet helemaal uit.
|
PUURNATUUR
20 Januari 2010
Ik blijf koppig pleiten voor echte natuur in Nederland. Want die hebben we niet. Met echte natuur bedoel ik natuur die zichzelf kan verzorgen. Met geen of minimale menselijke bemoeienis dus. Omdat oernatuur als term niet goed blijkt te werken lanceer ik hierbij een nieuwe term: puurnatuur. Puurnatuur is dus natuur zoals die erbij zou liggen zonder ons constante gemaai, waterbeheer, geplag, gekap, geploeg, en zonder onze onstopbare behoefte tot beheren en verzorgen.
Puurnatuur is dan ook de tegenhanger van onze huidige (wederom een nieuwe term) zorgnatuur. Zorgnatuur is natuur zoals die erbij ligt dankzij ons constante gemaai, waterbeheer, geplag, gekap, geploeg, gejaag en dankzij onze onstopbare behoefte tot beheren en verzorgen. Zoals weilanden, heidevelden, stuifzanden, onkruidreservaten, kortom, zoals het groen er in huidig Nederland voor ruim negenenegentig procent uitziet.
Puurnatuur is natuur van heel vroeger of zoals deze zeer plaatselijk nog op enkele plekken op aarde aanwezig is. Maar puurnatuur is ook natuur die kan ontstaan waar mensen hun bemoeienis minimaliseren. Als men over oernatuur spreekt denkt men al gauw aan mammoeten of in het beste geval aan uitgestrekte bossen met eeuwenoude eiken. Daar zit meteen het probleem: daar zijn we als volk veel te ongeduldig voor: dat duurt zo lang! Wat men vergeet is dat dat oerbos ooit begonnen is als kale vlakte. Bijvoorbeeld na een overstroming, brand of storm. Als we dus nu een kaal saai gebied als puurnatuur bestempelen, is dat in principe net zo oer als toen en dus een prima uitgangssituatie.
Zo zijn de oostvaardersplassen ook begonnen. De beheerders daar waren alleen zo wijs om te concluderen dat er wat randvoorwaarden toegevoegd moesten worden. Zoals grote zoogdieren en een wisselend waterpeil. Nu wordt dit gebied door deskundigen uit alle wereldelen aangewezen als het vooruitstrevendste proefgebied voor puurnatuur ter wereld. Maar wij Nederlanders beseffen niet eens welke parel er voor onze voeten is gegooid. Dat Jan met de pet dat niet weet is logisch: Nederland heeft al generaties lang geen puurnatuur meer en Jan met de pet weet dus niet eens wat puurnatuur is. Maar zelfs veel natuurkenners snappen niet wat er voor uniek experiment aan de gang is, daar naast Lelystad. Ze mopperen dat er hekken omheen staan. Dat kan ook moeilijk anders in een landje als dat van ons. Dat soort hekken staan er trouwens niet voor de dieren in het natuurgebied, maar voor de belangen van het omringende gebied. En er moeten natuurlijk wolven bij, zeggen de zelfverklaarde deskundigen. Buiten het feit dat de rol van roofdieren meestal nogal overschat wordt, is het gebied daar waarschijnlijk weer te klein voor. Natuurlijk kan je vraagtekens zetten bij sommige aspecten van het gebied, maar het is dan ook een experiment. Over honderd jaar gaat men misschien pas beseffen dat de oplossing voor wereldwijd natuurbehoud wel eens deels tussen de hekken van de Oostvaardersplassen gevonden is.
Een ander probleem is dat Nederland vooral een land van dierenliefhebbers is. En niet van natuurliefhebbers. Het klinkt bijna hetzelfde, maar er zit een groot verschil tussen. Dierenliefhebbers zijn emotioneel bezorgd over individuen op de korte termijn. Natuurliefhebbers zijn bezorgd over ecosystemen op de lange termijn.
Nu het weer even koud is geweest zijn vele dierenliefhebbers weer bezorgd over het welzijn van de wild levende herten, runderen en paarden in de Oostvaardersplassen. Tweeduizend jaar geleden liepen er ook grote aantallen herten, runderen en paarden in ons land rond. Hun aantal werd maar deels gereguleerd door wolven. Die wolven leefden voornamelijk van de niet fitte hoefdieren die zonder wolven toch wel zouden sterven. Het aantal hoefdieren werd voor het grootste deel bepaald door de conditie die ze door het jaar opgebouwd hadden. Ofwel door het voedselaanbod dus.
Het CDA, de PVV en vele dierenliefhebbers vinden het niet kunnen dat er in de Oostvaardersplassen dieren van de honger sterven. Vandaag zou er zelfs een spoeddebat over gevoerd worden, maar die is verschoven naar een later tijdstip. Natuurlijk is verhongeren zeker niet prettig voor het individuele dier. Maar het hoort bij het natuurlijke systeem hier op aarde. Een systeem dat op deze manier miljoenen jaren perfect werkte, totdat wij vonden dat wij het beter wisten. Dierenleed moet zoveel mogelijk voorkomen worden - als wij daar de reden voor zijn. Maar niet in de vrije natuur dus. Daar ligt de grens. We gaan de gnoes op de Serengeti toch ook niet bijvoeren na een hete zomer? He, tijger, maak dat hert is sneller dood! Waar hebben we het over? De gezondste en gelukkigste paarden, koeien en edelherten van Nederland lopen in de Oostvaardersplassen en niet in maneges, kale weilanden of op de Veluwe.
Het Oostvaardersplassengebied is een prachtige proeftuin voor puurnatuur. Hier ontdekken we hoe grote kuddes hoefdieren in Europa oorspronkelijk leefden, hoe begrazing met verschillende soorten wilde dieren werkt, hoe dode dieren weer worden opgenomen in de kringloop, hoe fantastisch mooi en verfijnd alles samenhangt in een (bijna) zelfregulerend systeem. Dat we in Europa niet eens meer weten hoe puurnatuur werkt of er uitziet is reden genoeg om dit experiment te koesteren, hoe beperkt en onvolledig het ook moge zijn. Door dit experiment komen we een stuk dichterbij een beter natuurbesef in de toekomst.
Natuurbescherming is een luxe. In de praktijk kunnen alleen de rijke landen zich het veroorloven natuur te beschermen. Als die rijkdom wegvalt, zoals tijdens een crisis, is de natuur het eerste dat opgeofferd wordt.
Puurnatuur heeft ons niet nodig. Het kost dus ook niets. Sterker nog: het brengt geld op. Zorgnatuur kost ons nu klauwen vol geld. Vele natuurmensen vinden dat niet erg, want zij worden er van betaald. Sommige zorgnatuurbeesten kosten Nederland letterlijk tientallen duizenden euros per stuk per jaar. Puurnatuur functioneert in principe altijd goed, onafhankelijk als ze is van economie of waan van de dag.
Puurnatuur, het zal er ooit van (moeten) komen, maar wanneer dat zal zijn? Onze grote leider Balkenende heeft laatst stiekem een brief geschreven aan de baas van Europa: of het wat minder mocht met de natuurbescherming in Nederland! De VVD vond het recent een goed idee om windmolens te plaatsen in natuurgebieden. Het kabinet vind het prima dat we industrieel afval in Nationaal Park de Oosterschelde dumpen.
Toch heb ik er redelijk vertrouwen in dat Staatsbosbeheer niet verplicht zal worden tot bijvoederen. Echte nationale en internationale deskundigen pleiten dat dit zeer onverstandig zou zijn. Maar het geeft te denken hoe wankel de positie is van dit kleine, ongewone en in een aantal opzichten misschien wel belangrijkste natuurgebied van Europa. Slechts een enkele scoorgeile, slecht geïnformeerde politicus en het gebied hangt weer aan een zijden draadje.
Gelukkig zijn er ook een aantal verstandige mensen met natuur bezig. Zo zijn er plannen om de hoefdieren van de Oostvaardersplassen in de toekomst naar andere natuurgebieden te kunnen laten trekken. Spannend en interessant blijft het, daar in dat aangelegde natuurgebied in een drooggelegde polder uit een zoetwatermeer dat, voordat het kunstmatig afgesloten werd, een zeearm was in een land dat gemaakt is door de mens....
|
DINNERCHAIRMAN
17 Januari 2010
Wilde beesten in het wild tellen, het blijft lastig. Toch lijkt het er sterk op dat het aantal tijgers in India zestig procent lager ligt dan een paar geleden. In Rusland lijkt het aantal tijgers veertig procent lager dan voorheen te zijn. Alles wordt gestroopt voor de Chinese markt voor natuurmedicijnen. In China hebben ze zelfs tijger-kwekerijen. De speciale tijgerdierentuinen die je in China vindt worden ook verdacht dekmantels te zijn voor de markt. In Indonesië is laatst zelfs een tijger in zijn eigen dierentuinhok geslacht door inbrekers. Wat een ellendig nieuws allemaal.
Ander nieuws: In Noord Amerika leven meer tijgers in achtertuinen en kelders dan in het wild in Azië. Dat gaat regelmatig fout. Vorige week heeft in Canada een tijger zijn baasje opgegeten. Zijn baasje was the chairman of the Canadian Exotic Animal Owners Association. :-)
|
ROERDOMPELEN
17 Januari 2010
Op het moment worden er vele roerdompen gezien in ons land. Door het ijs en de sneeuw zijn ze makkelijker te zien, enerzijds omdat hun fantastische schutkleur met de sneeuw iets minder goed werkt en anderzijds omdat ze zich nu meer bij wakken bevinden en dus makkelijker te vinden zijn. Het zijn rare beesten, die roerdompen, maar wel erg gaaf. Als broekeman heb ik vlak naast een roerdomp gestaan terwijl deze vakkundig een bosje riet imiteerde en sindsdien ben ik fan.
Nu valt me steeds iets op bij het zien van al die roerdompplaatjes: vaak zitten ze langdurig gehurkt bij de waterkant met hun snavel gedeeltelijk onder water. Waarom doen ze dat? Ik denk niet dat het met de breking van het water te maken heeft. Volgens mij is rekening houden met de breking bij reigers aangeboren en de meeste andere reigersoorten hebben hier immers ook geen problemen mee. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat door zijn snavel in het water te houden hij dichter bij de prooi is en dat hij op deze manier geen verstorende plons hoeft te maken bij het breken van de waterspiegel. Twee factoren die net die honderdsten van een seconde kan schelen die het verschil maken tussen beet of mis. Als kind gebruikte ik diezelfde (effectieve!) techniek ook bij het vangen van slootbeestjes door het schepnet alvast in het water te leggen voor het toeslaan. Wat ook nog zou kunnen is dat de roerdomp misschien wel een gevoelige snavel heeft die de trillingen van vissen waar kan nemen. Een vierde verklaring is wellicht wat ver gezocht, maar de natuur is vaak wonderbaarlijker dan we denken: Misschien lokt de roerdomp wel prooi met trillingen of geluid. Als fervent snorkelaar weet ik hoe weinig vissen er soms in het water zitten en toch krijgen roerdompen ze te pakken bij soms de raarste wakjes of plekken.
Ik ga verder met mijn onderzoek, als u waarnemingen of theorieën heeft hoor ik ze graag!
|
<< Eerste | < Terug | | Volgende >
|
|
|
|